LAB’s: Tijd en ruimte om samen de toekomst van cultuuronderwijs te onderzoeken

In 2017 is Cultuur Oost vier zogenoemde CMK LAB’s gestart, professionele leergemeenschappen die vier jaar lang onderzoeken hoe het cultuuronderwijs voor de lange termijn verbeterd kan worden. Maar wat doen deze LAB’s precies, waarom zijn ze nodig en wat zijn de resultaten? We nemen een kijkje in de keuken van LAB Kunst en Techniek. Miranda Siemelink, adviseur cultuureducatie bij Cultuur Oost, geeft uitleg.

Illustratie03a-lab-web

In een zaaltje van Fillip Studios aan de Coehoornstraat in Arnhem komen op een donderdagochtend in februari dertien personen bijeen die actief zijn in het onderwijs of in de culturele sector. Het gaat onder meer om de onderwijsadviseur van Marant, de directeur van de Mauritiusschool in Rheden, de docent beeldende kunst op de HAN Pabo en de hoofd educatie en interactie bij het Kröller-Müller Museum. Ze zijn allemaal op de een of andere manier bezig met kunst en techniek en met de vraag hoe het onderwijs kinderen kan voorbereiden op een snel veranderende samenleving. Het is een gedreven groep. Nadat de agenda voor deze bijeenkomst is doorgesproken, vinden er meteen uitwisselingen plaats. Zo is de coördinator van Beeldende Kunst en Vormgeving aan ArtEZ op zoek naar een stageplek voor een student die gespecialiseerd is in kunst, wetenschap en technologie. Er komen verschillende bruikbare suggesties ter tafel, waarbij de stage ook iets kan bijdragen aan de ontwikkelingen in het cultuuronderwijs.

Innovatieve projecten aan de hand van onderzoeksvragen

‘Het doel van de LAB’s is om de culturele professional van de toekomst te bereiken,’ vertelt Miranda Siemelink. ‘Dit gebeurt door de samenwerking met HAN Pabo en ArtEZ, en door het mogelijk maken van innovatieve projecten. In die projecten werken verschillende partijen in het werkveld samen aan de hand van onderzoeksvragen die weer aansluiten bij het curriculum van de Pabo en de vakdocentenopleidingen van ArtEZ.’
Het idee hierachter is dat de basisschoolleerkracht vaak al de handen vol heeft met de werkzaamheden van alledag, waardoor hij of zij nauwelijks toekomt aan het nadenken over het onderwijs van de toekomst.
Siemelink: ‘Het is ook moeilijk om daar in het onderwijs ruimte voor te creëren en er vervolgens mee aan de slag te gaan. Dat gebeurt nu wel in de LAB’s.’
De LAB’s zijn onderdeel van de Gelderse uitvoering van ‘Cultuureducatie met Kwaliteit’ (CMK). Dit is een stimuleringsprogramma van de rijksoverheid en de provincie Gelderland dat de samenwerking tussen scholen en culturele instellingen en de deskundigheid van leerkrachten en vakdocenten bevordert. Daarnaast draagt het programma bij aan het ontwikkelen van doorlopende leerlijnen en 21e-eeuwse vaardigheden.

Illustratie03b-lab-web

Terug naar de bijeenkomst van LAB Kunst en Techniek. Daar worden de onderzoeksmogelijkheden voor het LAB in 2019 verkend. Zoals Innovate Arnhem, een festival over innovatie waar onder meer de HAN Pabo en Fillip Studios aan meewerken. Scholen worden uitgenodigd om het festival te bezoeken en er komt een online communicatieplatform waardoor scholen al voorafgaand aan het evenement worden betrokken. Dit levert aan tafel enthousiaste reacties, maar ook kritische vragen op. Een festival is mooi, maar het is eenmalig en buiten de klas. Hoe kan een leraar het thema kunst en techniek doorvoeren in zijn dagelijkse werk? In de boeiende discussie die volgt komen allerlei vraagstukken bovendrijven: welke behoeften heeft de leraar in de klas? En in hoeverre bestaan er verschillende typen docenten? Zijn ze te categoriseren, komt er een andere generatie aan, met een nieuwe soort docenten? Steeds waaiert het gesprek alle kanten uit en wordt dan weer samengepakt.

Gedachten uitwisselen en actie ondernemen

De LAB’s zijn opgezet met de ervaringen van netwerkgroepen uit het verleden.
‘We hebben gekeken naar wat werkt en wat niet werkt,’ zegt Siemelink. ‘De vorm is ontstaan in nauwe afstemming met ArtEZ en HAN Pabo. De LAB’s zijn iets nieuws en we moeten dus ook steeds blijven kijken hoe het werkt. In de eerste plaats hebben de deelnemers behoefte om elkaar te leren kennen en te voeden met kennis. Maar het gaat een stap verder. We creëren tijd, ruimte en een veilige setting waarin alles gezegd kan worden. Binnen een LAB moet de vrijheid zijn om een discussie of een brainstorm alle kanten op te laten gaan, maar je kunt niet blijven zweven, je moet ergens ook afbakenen.’

Bij de LAB’s gaat het niet alleen om bijeenkomsten waar deelnemers gedachten uitwisselen, er wordt ook actie ondernomen. Zo zijn de deelnemers van LAB Kunst en Techniek vorig jaar naar Maker Faire Eindhoven gegaan om een experiment te doen samen met basisschoolleerkrachten, basisschoolleerlingen en ArtEZ- en Pabo-studenten.

‘Het is proefondervindelijk ervaren,’ legt Siemelink uit. ‘Het zijn steeds kleine activiteiten die geëvalueerd worden, waarmee nieuwe stappen kunnen worden gemaakt. Bij elk LAB is een duidelijke ontwikkeling zichtbaar. In het begin is het nog naar binnen gericht: wie zijn we, wat doen we en waarom doen we wat we doen. Nu gaat het de andere kant op, naar buiten. Dat je aangeeft wat je als LAB belangrijk vindt. Bij Kunst en Techniek gebeurt dat in de vorm van een pamflet.’

Met het pamflet, dat bedoeld is als aanmoediging voor studenten en docenten, zijn ze tijdens de vorige bijeenkomst al even bezig geweest. Ze hebben tijdens een brainstorm steekwoorden op post-its gezet. Nu maakt de groep een nieuwe stap. Het is de bedoeling om van de steekwoorden verhalen te maken. Deze verhalen vormen samen het pamflet dat als videoanimatie de wereld in zal worden gestuurd. Hierbij zijn de LAB-deelnemers geïnspireerd door onderwijsvernieuwer Ken Robinson en de animatie bij zijn speech ‘Changing education paradigms’.

Changing Education Paradigms

Concrete samenwerkingen, onderzoeken en activiteiten

Van de post-its zijn vijf stapeltjes gemaakt, steeds met een andere invalshoek: de leerkracht, de leerling, de leerdoelen, de weg ernaartoe en de balans. De deelnemers worden in groepjes verdeeld en moeten ieder een stapeltje doornemen. Elke groep krijgt een blanco A4 waarop de steekwoorden tot een verhaal moet worden omgevormd. Er is weinig tijd voor, maar het werkt goed.
‘Mislukken kan alleen als je een exact doel hebt,’ staat op een van de A4-tjes. En: ‘Leren verlangen naar het kunnen.’ Tijdens de presentaties van de groepen blijkt dat er veel overeenkomsten zijn.

De intrinsieke motivatie van de deelnemers is groot. In eerste instantie was het idee om vijf keer per jaar samen te komen, maar het afgelopen jaar kwam LAB Kunst en Techniek tien keer bij elkaar. ‘Dat komt omdat iedereen zich eigenaar voelt,’ vertelt Siemelink. ‘Cultuur Oost is hierbij de facilitator, het moet echt van de partijen komen. Die pakken deze mogelijkheid met beide handen aan. Ze bepalen samen de koers, binnen de kaders natuurlijk.’

De resultaten van de LAB’s zijn nog niet heel concreet. Siemelink: ‘Het is een onderzoekend proces en we zijn pas één jaar bezig, we hebben nog tot en met 2020. Wel zijn er nu al korte termijndoelen behaald in het eerste jaar, zoals concrete samenwerkingen, onderzoeken en activiteiten. Die ervaringen worden goed geëvalueerd en dan wordt gekeken wat er verder mee kan.’ Verder zit het resultaat vooral in de persoonlijke ontwikkeling van de LAB-deelnemers. ‘Zij leren hiervan, kunnen nieuwe ontwikkelingen stimuleren, in gang zetten. Zij hebben oog voor de lange termijn en kunnen ervoor waken dat daar aandacht voor blijft.’

Tekst: Willem Claassen
Illustraties: Jelko Arts

Topics

Netwerken Onderwijs
Miranda Siemelink

Door

Miranda Siemelink

Ik breng als adviseur mensen bij elkaar, stel graag vragen maar luister nog liever. Om zo samen op zoek te gaan naar paden en nieuwe wegen om te nemen in de zoektocht naar de antwoorden. Realistisch, persoonlijk en helder.

Stel een vraag