Convenant ‘Making Music’ – een samenwerking tussen HAN Pabo en Conservatorium ArtEZ

Jezelf laten zien, daar draait het vooral om bij de nieuwe samenwerking ‘Making Music’ tussen de HAN Pabo en het ArtEZ Conservatorium. In november 2018 tekenden Karin van Weegen (directeur van de Pabo) en Laurien Timmermans (directeur van het Conservatorium) een convenant waarin de hogescholen vastlegden de komende drie jaar te gaan samenwerken. Samen met projectleider Jan Martens van de Pabo leggen de directeuren uit hoe muziek een belangrijkere rol gaat krijgen in het basisonderwijs.

Illustratie02-willem

Eigenlijk begint het allemaal bij Máxima. Mede dankzij de lobby van de koningin heeft het Ministerie van OCW de wens uitgesproken om het muziekonderwijs op een professionele manier terug te brengen op de basisscholen. Er kwam geld beschikbaar bij het Fonds voor Cultuurparticipatie waarmee de HAN Pabo en Conservatorium ArtEZ deze samenwerking aan kunnen gaan.

Op de Pabo zijn ze erg blij dat ze meer aandacht aan muziek kunnen besteden in het curriculum. ‘Cultuureducatie is toch nog vaak een ondergeschoven kindje,’ vertelt Jan Martens. ‘Rekenen en taal worden als vanzelfsprekend als iets belangrijks gezien, terwijl ook kunst en cultuur van groot belang zijn voor de ontwikkeling van kinderen en dat belang wordt steeds meer gezien.’
‘Binnen de Pabo zit veel talent, maar daar kan nog veel meer mee gedaan worden,’ vult Karin van Weegen aan. ‘Studenten kunnen nu gaan profiteren. Ze krijgen mogelijkheden om zich in muziek verder te specialiseren en dat kan dan gewoon binnen de opleiding.’

Voor het Conservatorium, waar je wordt opgeleid tot uitvoerend musicus of tot muziekdocent voor het voortgezet onderwijs, zit de winst van de samenwerking vooral bij talentontwikkeling.
‘Daar zijn we als opleiding helemaal op gericht,’ zegt Timmermans. ‘De bezuinigen op de cultuursector hebben geleid tot het omvallen van muziekscholen. Daarnaast is de afgelopen decennia muziekonderwijs op basisscholen verdwenen. Hierdoor komen veel minder kinderen in aanraking met muziek en met instrumenten. Voor het conservatorium is het heel belangrijk dat dit wel gebeurt. Talentontwikkeling begint bij de allerjongsten. Van nature kunnen wij kinderen moeilijk bereiken, maar met een omweg kan dat wel via de Pabo.’

Het gaat erom dat je de klas laat zingen

Lef

De twee opleidingen willen met de samenwerking vooral de drempelvrees voor muziek onder Pabo-studenten te doorbreken, want dat blijft bij velen het grootste obstakel.
‘Het gaat om durf en om lef hebben,’ zegt Martens. ‘Je moet het gewoon gaan doen. Je kunt dit niet leren uit de boeken. Ga zingen voor de klas, ga muziek maken. Daar leer je van.’
‘Onze studenten van het conservatorium moeten de Pabo-studenten laten zien hoe je iets overdraagt, hoe je kinderen enthousiast maakt,’ vertelt Timmermans. ‘Het maakt niet uit of je goed kunt zingen of niet, het gaat erom dat je de klas laat zingen.’
De norm bij muziek in onze samenleving is hoog, merkt Martens op. ‘De studenten moeten beseffen dat het niet gaat om Idols-achtige performances. Het gaat erom dat je je durft te laten zien.’
Bij de Conservatorium-studenten zit het leerproces aan de andere kant. Ze ondervinden door deze samenwerking dat het niet vanzelfsprekend is om zonder gêne muziek te maken. ‘Ze moeten de lol van het spelen overbrengen. Hoe maak je iets los bij de ander, daar gaat het bij ons om,’ zegt Timmermans.

Natuurlijk zijn er ook Pabo-studenten die wel iets met muziek maken hebben. Op de opleiding spreken ze van generalisten, zij die van alle vakken iets meepikken, en van specialisten. Binnen de opleiding kun je voor een deel je eigen leertraject inrichten, waarbij gekeken wordt naar wie je bent en wat je wilt. Door de samenwerking met het Conservatorium kunnen muzikale studenten iets doen met hun passie. Er zijn nu mogelijkheden die er voorheen op de opleiding niet waren en die van invloed zijn op hun latere loopbaan.
‘Uiteindelijk kunnen studenten die zich specialiseren in muziek later op een basisschool een functie krijgen waarin ze collega’s handvatten kunnen geven voor muzieklessen,’ legt Van Weegen uit.

Concreet

Maar hoe gaat de samenwerking er nu concreet uitzien? Het plan is nog in ontwikkeling, maar in elk geval vindt er een uitwisseling plaats tussen derdejaars Conservatorium-studenten en eerstejaars Pabo-studenten. Ook gaan de Performance Nights, een traditie op de Pabo, er anders uitzien.
‘De Performance Nights zijn een soort bonte avonden van studenten en docenten onderling die we meer in het onderwijs gaan trekken,’ vertelt Martens. ‘Jezelf laten zien is ook onderdeel van ons onderwijs. Voorheen waren de Nights vooral leuk, nu wordt het wat serieuzer. Specialisten krijgen meer ruimte om zich te ontwikkelen. Zij worden hierbij begeleid door studenten van het Conservatorium.’

Verder gaan de Conservatorium-studenten workshops geven. Ze krijgen eerst de opdracht om concepten te bedenken en die te pitchen aan de docenten van beide opleidingen.
‘Hierdoor leren ze ideeën uit te werken voor het onderwijs,’ vertelt Timmermans.
In de workshops is ook ruimte voor de diagnostische toets. Ter voorbereiding op deze toets dompelen de Pabo-studenten zich onder in cultuureducatie.
Martens: ‘Ze gaan bij zichzelf na wat muziek voor ze betekent, wat willen ze ermee, maar leren ook inzien welke mogelijkheden er zijn met muziek. Daarmee kunnen ze keuzes maken voor hun leertraject op de opleiding. Worden ze een specialist of een generalist?’
De toets zet ook grotere leerprocessen in gang.
‘Dat ze gaan loslaten dat je niet alles kunt, dat je niet alles moet kunnen wat andere kunnen, en dat plezier maken belangrijk is,’ aldus Martens.

Naast de uitwisseling van de studenten worden door het convenant ook de toetsen van de Pabo anders. Studenten moeten een portfolio maken met daarin voorbeelden van wat ze tijdens hun opleiding gedaan hebben met muziek.
‘Dat kan van alles zijn,’ vertelt Van Weegen. ‘Het gaat om hun eigen ontwikkeling. En daarbij is er dus verschil tussen een generalist en een specialist. Eigenlijk is het per individu anders, maar er is wel een minimum aan wat iemand ervoor gedaan moet hebben.’

Illustratie02b-willem

Het begin van iets groters

De opleidingen kijken reikhalzend uit naar de verdere uitvoering van het convenant. Daarbij is de uitwisseling van de studenten nieuw en spannend. Van Weegen denkt dat het de Pabo-studenten veel zal brengen.
‘Het zijn ook heel verschillende studenten, die van de Pabo en het Conservatorium. Pabo-studenten hechten heel erg aan structuur. Het is goed dat ze in aanraking komen met studenten die daar vaak heel anders mee omgaan. Op het conservatorium zitten bovendien veel internationale studenten, ook dat maakt het leerzaam. Leeftijdsgenoten zorgen sowieso voor een andere dynamiek dan docenten.’
Timmermans verwacht ook veel van de uitwisseling. ‘Al vind ik het moeilijk om te zeggen wat het precies gaat opleveren. Wel denk ik ook dat de Pabo-studenten meer gestructureerd werken dan de Conservatorium-studenten en die kunnen daar weer wat van leren.’

De betrokkenen zien de samenwerking niet als een afgebakend project van drie jaar, maar als het begin van iets groters.
‘Voor de Pabo is dit het vliegwiel,’ vertelt Martens. ‘We willen uiteindelijk alle kunstvakken hierin mee laten gaan. Onze visie is dat muziek niet alleen staat, we zien kunst als geheel, dus ook met bijvoorbeeld drama en beeldende kunst. Dat past ook bij de tijd waarin we leven, dat alles in elkaar grijpt. Maar we beginnen met muziek.’
‘Het is nu voor drie jaar,’ vult Van Weegen aan, ‘maar het streven is dat deze samenwerking blijft en dat we daar geen externe subsidie meer voor nodig hebben.’

Tekst: Willem Claassen
Illustraties: Jelko Arts

Topics

Advies Onderwijs
Arend Nijhuis

Door

Arend Nijhuis

We versterken de onderlinge samenhang tussen muziekscholen en tussen muziekscholen en basisscholen, orkesten, amateurs en verenigingen.

Stel een vraag