Juist de verschillen zijn interessant

Verslag van het mini-symposium Inclusie en Diversiteit in het sociaal-artistieke domein

minisymposium deel

‘Sta op als je in de zorg werkzaam bent.’
‘Sta op als je in de dans werkzaam bent.’
‘Sta op als je een docent bent.’
‘Sta op als je een kunstenaar bent.’
‘Sta op als je tot een doelgroep behoort.’
‘Sta op als je je voelt buitengesloten.’

Met deze verzoeken aan het publiek in de theaterzaal van ArtEZ begint gastheer en theaterdocent Bart Bleijerveld het mini-symposium. Het opstaan, zitten en weer opstaan geeft meteen al aardig weer waar dit symposium over zal gaan. Het komt eerder ook in het openingswoord van Netty van den Bosch, hoofd van de Bachelor Docent Dans, helder naar voren: de ontmoeting tussen haar opleiding en Social Work van de HAN en wat dit kan bijdragen aan inclusie en diversiteit in de kunstsector. Het draait daarbij om de vragen: waar hebben ze elkaar nodig, hoe kunnen ze elkaar versterken en waar laten ze de expertise bij de expert.
‘Het doel van de middag is om kunstbeleving voor iedereen mogelijk te maken en samen het maken van kunst naar een hoger plan te tillen,’ aldus Van den Bosch.

Netwerkmaatschappij

Terug naar Bleijerveld. Hij is als docent dagelijks bezig met inclusie. Het is een thematiek die erg leeft in de samenleving, vertelt hij. ‘We zijn van een piramidemaatschappij verandert in een netwerkmaatschappij. De piramide is omgevallen en bestaande structuren veranderen, verdwijnen soms zelfs. Men wordt gelijker aan elkaar en emancipatiebewegingen zien daarbij kansen.’
Bleijerveld is actief bij het Reisgezelschap Kunst en Maatschappelijke Inclusie, dat dit symposium tot stand heeft gebracht. Het Reisgezelschap is opgericht door een kerngroep met vertegenwoordigers van vier Gelderse partijen: HAN (Social Work), ArtEZ (Bachelor Docent Dans en Bachelor Docent Theater), Cultuurmij Oost en LKCA. Sinds 2017 werken zij als partners samen aan het ontschotten van de werkvelden sociaal en artistiek, onder meer door docenten en studenten uit beide richtingen met elkaar én met de praktijk in contact te brengen. Zij zien zichzelf als ‘reizigers’ onderweg naar meer maatschappelijke inclusie in en met de kunsten – en daarmee als onderdeel van een beweging die veel groter is dan deze kerngroep alleen.

Een goed voorbeeld van iemand die verbindingen maakt tussen kunst en welzijn is Nico Teunissen, de eerste spreker van de middag. Hij is hoofd Sport en Cultuur bij De Onderwijsspecialisten, een organisatie met 25 scholen in Gelderland die speciaal onderwijs biedt aan leerlingen met behoefte aan specifieke ondersteuning.
‘Vroeger was een school een bunker, erg op zichzelf gericht. Nu verandert dat. We kunnen het niet zelf. We halen ervaringsdeskundigen, sportverenigingen en andere partijen binnen. Dit zorgt voor inclusie en diversiteit.’
Als voorbeeld noemt hij het concept ‘Dans Speciaal’ van Introdans en De Onderwijsspecialisten, waarbij leerlingen uit het speciaal onderwijs meededen aan een dansproject van het Introdans educatieteam. Twee werelden kwamen samen.
‘Beide partijen hebben daar veel van geleerd. Je moet risico’s durven nemen, niet het veilige kiezen en vooral vertrouwen hebben in elkaar.’

Minisymposium foto-Rose Figdor

'Je ziet hier mensen, geen performers'

Gastdansers

Dan is het tijd voor dans. Studenten van Bachelor Docent Dans voeren duetten uit samen met gastdansers van Kazou, Work home, Het Dorp en Klare Taal, creatieve zorginstellingen voor mensen met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking. De korte dansvoorstellingen zijn bedacht door de dansstudenten en zijn ontstaan uit ontmoetingen tussen de dansstudenten en de gastdansers. De uitvoeringen worden met enthousiasme ontvangen door het publiek.
‘Je ziet hier mensen, geen performers,’ stelt een student uit het publiek. ‘Heel mooi is dat. Ook de dansers staan met hun persoonlijkheid op het toneel, dat is heel moeilijk maar hier krijgen ze het voor elkaar.’

Uitwisseling

Ronja White geeft vervolgens uitleg over haar inclusie-onderzoek dat zij in opdracht van de Docent Dans opleiding uitvoert. White is danser, docent, choreografe en onderzoeker. Ze laat een videofragment zien van Royston Maldoom, een dansdocent met een boeiende visie. White: ‘Hij ziet iedereen. Hij ziet dat er potentie in zit, in iedereen. Iedereen heeft een creatieve kant. Dat is de kern. Ook voor mij.’
Ze vertelt dat ze als student al graag wilde werken met ouderen en dan specifiek ouderen met dementie. Ze startte een nieuw project op, maar het bleek niet bepaald makkelijk om een dansvoorstelling speciaal voor ouderen met dementie te maken. ‘Je bent geen hulpverlener. In de zorginstellingen was de nodige weerstand.’
Hierop aansluitend stelt vierdejaars student Johanna Ruhr voor om de stages van Social Work en Bachelor Docent Dans meer op elkaar af te stemmen, zodat uitwisseling mogelijk is en er meer ontwikkeld kan worden op het gebied van kunst en welzijn.

Die uitwisseling wordt meteen in gang gezet door middel van een interactief deel. Het publiek wordt uitgenodigd op de vloer om samen een ketting van beweging te maken. Bezoekers houden elkaars hand vast, dansen met elkaar of leunen tegen elkaar aan.

De eerste helft van het symposium wordt afgesloten met nog twee duetten met dansstudenten en gastdansers.

minisymposium 1 foto-RoseFigdor

een ketting van beweging

Gelijkwaardigheid

Na de pauze nemen zes sprekers plaats aan een grote tafel voor een dialoog aan de hand van drie thema’s. Het eerste thema is gelijkwaardigheid. Daar wil Maya Lievegoed, innovatieadviseur bij Humint Solutions, als eerste iets over zeggen.
‘Gelijkwaardigheid wordt vaak verward met gelijkheid. Als innovator kijk ik niet naar de groep, maar geloof ik in de unieke kijk van het individu. Ik kijk juist naar de verschillen.’
Bleijerveld sluit zich daarbij aan. ‘Als je kijkt naar de duetten vandaag, dan zijn juist de verschillen interessant,’ zegt hij. ‘Daar voel je dat er iets gebeurd.’
Lievegoed: ‘De beperkte danser is in bepaalde zin de meerdere. Ze weten dat alleen zelf niet. Het is kennis die je niet meteen herkent. Het gaat erom: wat kunnen we van ze leren en waar hebben ze een streepje voor. Zo kunnen blinden bijvoorbeeld heel goed navigeren. Iets wat je niet meteen zou verwachten.’
Adriaan Luteijn, choreograaf en artistiek manager van Introdans Interactie, is het daarmee eens. ‘Als je kijkt naar de duetten, dan is de kracht niet zozeer dat ze elkaars wereld leren kennen, maar dat ze iets doen met hun ontmoeting, dat daar een voorstelling uit ontstaat.’

De vraag komt bovendrijven of de gastdansers bij de duetten moeten snappen wat ze doen of dat ze moeten vertrouwen op de dansstudenten.
Bleijerveld: ‘Het niet hoeven snappen is bij dans eerder mogelijk dan bij theater. Dan moet je een tekst uitspreken en vanuit een bepaalde emotie acteren. Bij theater schuift het wel steeds meer die kant op. Ik denk dat ze niet precies hoeven te weten wat ze doen, ze doen het door zichzelf te zijn al heel goed. Het gaat er uiteindelijk om: het is oké wie je bent. Dat gaat verder dan de vragen: wie ben je en wat is je handicap?’

minisymposium inclusie en diversiteit

'Juist de verschillen zijn interessant'

Quotum

Bij het tweede thema, over op welke manier danskunst en zorg kunnen samenwerken, staat de concrete vraag centraal: Moet er een quotum zijn voor minderheden bij projecten of voorstellingen? Onder de bezoekers zijn de meningen verdeeld, maar aan tafel hebben ze een unaniem en helder antwoord.
‘Ja,’ zegt Caro Wicher beslist. Zij is theaterdocent en artistiek leider van Klare Taal, een theatergezelschap uit Arnhem dat uit verstandelijk gehandicapten bestaat. ‘Je moet kunnen zeggen: één met een bril, zes mannen et cetera. Want pas als je het niet meer ziet, ben je er. We bevinden ons op de vooravond van inclusiviteit, maar we zijn er nog lang niet. Zonder quotum kom je er niet.’
Luteijn vult aan: ‘We hebben mensen nodig die aan de deur kloppen, die ramen open. Die een andere kijk hebben en voor verandering zorgen. Het zijn revolutionairen. Hen een plek geven en zo inclusiever worden, gaat geleidelijk aan. Stap voor stap.’

Beroepssector

Tot slot, het laatste thema. Waar hebben we het eigenlijk over: 3e werkveld, inclusie, sociaal artistiek gezicht?
Een oud-student van ArtEZ in het publiek stelt dat in de onderwijsinstellingen inclusie erg wordt gewaardeerd, maar dat het in de beroepssector vaak nog niet zo is. Veel dansgezelschappen zijn nog niet inclusief, voor inclusieve projecten is nog weinig subsidie.
Luteijn ziet dat ook bij de amateurkunsten: ‘In dansscholen zijn gehandicapten vaak niet welkom. Dat is niet slecht bedoelt, vaak gaat het om heel praktische redenen dat ze niet kunnen meedoen.’

Maar ook de dansopleiding zelf zou inclusiever kunnen worden. Een van de studenten Social Work had eigenlijk Bachelor Docent Dans willen doen, maar haar bewegingen zijn niet goed. ‘Hoe kun je inclusiever zijn bij het toelaten van studenten?’
White vertelt over iemand in een rolstoel die haar tijdens de open dag van de opleiding vroeg waar ze hier kon dansen. ‘Ik moest erover nadenken, maar het antwoord was nee, er is hier geen vak of plek waar mensen in een rolstoel terecht kunnen. Maar zij wilde niet dansen met andere rolstoelers, maar met mensen die kunnen staan. Juist dansen met iedereen met wie je wilt dansen. Aan die mogelijkheid had ik nog helemaal niet gedacht. Dat zet je aan het denken.’

minisymposium prent Romy

Professionaliteit

De definitie van professionaliteit moet veranderen, vindt iemand uit het publiek.
Een student heeft daar een concreet voorbeeld bij. ‘Ik vind het lesgeven moderne dans aan jonge mensen veel makkelijker dan lesgeven aan ouderen. Ik weet niet wat ik ze kan bieden. Ik word op de opleiding gesteund, maar de focus ligt toch op moderne dans.’
‘Daar zou een social worker heel goed bij kunnen helpen,’ zegt Wytske Lankester van HAN Social Work en oprichtster van het Reisgezelschap.
Lieveveld: ‘In de kunstsector bestaat nog altijd het beeld van kunst voor de kunst, en als je iets doet met welzijn of doceren dan doe je dat omdat je het niet redt. Dat moet veranderen.’
Zo blijven nog veel vragen openstaan en dat is goed. Het is een gesprek dat altijd door blijft gaan.

Het programma wordt afgesloten met ‘Roze Cast’, een bijzondere dansvoorstelling van SWOA en Introdans met LHBT-ouderen die veel indruk maakt op het publiek. Het gaat over ouderen die op het einde van hun leven vaak terug in de kast gaan, omdat ze vaak maar een kleine kring om zich heen hebben die ze accepteert zoals ze zijn en deze kring wordt door het verlies van familie en vrienden vaak nog kleiner. Een sterk slot van een boeiende en inspirerende middag.

Uit het nagesprek met Jessica van den Adel, SWOA komt duidelijk de betrokkenheid van het publiek naar voren. En ook Bleijerveld inventariseert en haalt op wat er leeft en waaraan behoefte is onder de studenten en professionals. Hij nodigt iedereen uit om zich daarbij aan te sluiten en mee te reizen. Meer weten?

Het Reisgezelschap Kunst en Maatschappelijke Inclusie kan weer verder reizen met deze bagage door Gelderland en stimuleert zo de samenwerking en ontschotting tussen de verschillende opleidingen. Dat is een belangrijk doel voor Cultuurmij Oost en het LKCA om aan bij te dragen vanuit het Reisgezelschap. Cultuurmij Oost stimuleert die co-creatie ook tussen Pabo en ArtEZ in het CMK LAB de Kracht van Dans. Voor de Bachelor Docent Dans is het mini-symposium, dat tevens een onderdeel was van het Mini Dans Festival 2018, een aftrap om de samenwerking met Social Work van de HAN en andere partners, waar ook al een module voor bestaat, verder door te ontwikkelen, zo vertelt hoofd van de opleiding Van den Bosch.

tekst: Willem Claassen

Topics

Kunsten Netwerken Onderwijs Zorg en Welzijn
Rose Figdor

Door

Rose Figdor

De kunst en het sociale domein kunnen veel voor elkaar betekenen. En ik help ze elkaar te vinden.

Stel een vraag