Makersonderwijs: ‘We hebben liefde voor wat we zelf met aandacht maken’

Door

Willem Claassen

De kracht van kunst in het onderwijs #2

Leren door te maken, dat is de kern van makersonderwijs. Deze nieuwe onderwijsvorm wint terrein en wordt vooral ingezet voor het omgaan met nieuwe techniek. Maar wat zijn de mogelijkheden met kunst? Tijdens De Kracht van Kunst in het Onderwijs, de tweede sessie in een reeks van zes kennisdelingsbijeenkomsten van Cultuur Oost en CultuurCollege, laten verschillende sprekers zien hoe kunst via makersonderwijs een plek kan krijgen op school.

Kracht-van-kunst Cultuurcollege – illustraties Jelko Arts 2020 -3

In de voormalige soepfabriek van Honig luisteren cultuurcoördinatoren en leerkrachten uit het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs geheel coronaproof naar het enthousiaste verhaal van hoofdspreker Astrid Poot. “Dit is mijn gestolde denkproces,” zegt ze aan het begin van haar presentatie. Poot is maker en denker. Met haar stichting Lekker Samen Klooien zorgt ze voor zichtbaarheid en toegankelijkheid van het maken. De noodzaak is voor haar duidelijk. “Ik geloof dat de wereld geweldig is, maar ik zie ook dat we te veel op het scherm zitten, niet meer weten hoe iets in elkaar zit en dat de wereld aan het opbranden is.”

Ze haakt aan bij de theorie van Roman Krznaric. Hij stelt dat we van oorsprong makers zijn, maar dat we in de loop der tijd een steeds comfortabelere manier van leven hebben gezocht. Door het verdelen van taken bij het maken van een product en door de toenemende welvaart, is het minder belangrijk geworden om zelf iets helemaal te kunnen maken. “Dit klinkt op zich niet slecht, maar hierdoor zijn we wel wat verloren: de kunst van het maken, van het repareren en van het begrijpen.” Dit heeft effect op hoe we ons in de wereld begeven. “Iedereen zit op zijn eigen scherm, maar het systeem erachter zien we niet meer.”

Kracht-van-kunst Cultuurcollege – illustraties Jelko Arts 2020 -4

Makersbeweging

De tegenreactie op deze ontwikkeling is de makersbeweging die ontstaan is in Amerika. Poot laat het verschil tussen die twee heel mooi zien aan de hand van een persoonlijk voorbeeld. Ze heeft een keer twee foto’s gemaakt van het uitzicht van haar werkplek. De ene foto is in een seconde gemaakt met een digitale camera. Voor de andere foto heeft ze een pinballcamera ontworpen. Dit kostte haar vier dagen en levert een heel ander beeld op. Wazig, suggestief, dromerig. “Door de aandacht die ik eraan besteed heb, vind ik die tweede mooier. We hebben een liefde voor wat we zelf met aandacht maken.”

Poot zet makers tegenover niet-makers. “Makers hebben niet zoveel last van oordelen. Als ze voor een kunstwerk staan dan kijken ze naar wat er mee kunnen. Niet-makers oordelen sneller. Ze vinden iets knap of niet.”
Ook de term beginnersmind past hierbij. “Proberen te kijken als een beginneling, zonder de kennis en ervaring die je hebt helemaal uit te sluiten.”
Dit zorgt ook voor meer zelfvertrouwen als je ergens aan begint. Daarbij verwijst Poot naar het dunning-krugereffect, waarbij incompetente mensen nogal eens hun eigen kunnen overschatten. Voor beginnende makers heeft dat een voordeel. “Ze durven meer, ze gaan eerst gewoon maar wat proberen.”

Plakband

Poot brengt de makersbeweging naar het leslokaal door middel van workshops. Daarbij heeft ze ook aandacht voor creativiteit en denken, wat in de makersbeweging een minder grote rol heeft. “De workshops gaan over de makermindset. Kinderen zijn verschillend. De een start vanuit verwondering, dat is dan in feite een kunstenaar. De ander vanuit een opdracht, dat is een ontwerper. Weer een ander vanuit concreet materiaal, dat is een ambachtsman. Tijdens het maakproces kunnen ze van hun route afwijken. Dan kan een ambachtsman een kunstenaar worden bijvoorbeeld.”

Voor veel scholen blijkt dit te veel van het goede te zijn. Vaak gaat Poot dan toch uit van een opdracht, maar wel een die het vrije denken in het oog houdt. Zo is ze met plakband aan de slag gegaan. “Aan alles zijn regeltjes verbonden, zelfs aan plakband. Ik laat kinderen een rol plakband helemaal uitrollen en dan ontdekken wat je ermee kunt doen. Ze hebben toen tekeningen ermee gemaakt op muren en ramen. Daarmee kun je gelijk weer regels overtreden.”

Zelfvertrouwen staat voorop. Je moet het laten gebeuren. Als ander voorbeeld geeft ze werken met een lijmpistool. “We hebben een lijmpistool aan de muur gehangen, met uitleg erbij. Kinderen kunnen zelf heel goed bepalen of ze met zulk gereedschap kunnen werken. Ze vinden zichzelf stoer als ze ermee aan de slag zijn gegaan.”

Kracht-van-kunst Cultuurcollege – illustraties Jelko Arts 2020 –

Gevaren

Poot is blij met de opkomst van het makersonderwijs, maar ziet ook gevaren. “Je ziet vaak dat kinderen iets met plastic soep moeten gaan doen. Dan zijn ze eigenlijk problemen van volwassenen aan het oplossen. Ook zijn sommige opdrachten heel erg gericht op vaardigheden die ze later in hun leven kunnen gebruiken. Dan ben je eigenlijk al bezig ze te vormen tot toekomstige werknemers. Dit zorgt allemaal voor minder vrijheid. Kinderen moeten kritisch kunnen zijn en hun eigen weg kunnen gaan.”

Dit zorgt soms voor wrijving in het onderwijs. Leraren willen graag zelf de grens bepalen, weet Poot uit ervaring. Dat is begrijpelijk, maar ze probeert te laten zien wat er mogelijk is. “Wees voorzichtig met de maker. Niet te veel toegepast, niet te veel oordelen, het gaat om plezier in het proces.”

Vragen

Na de presentatie volgen de vragen.  Iemand wil weten welke houding van een maker past bij kunst. “Nieuwsgierigheid”, zegt Poot. Volgens haar zijn het juist de valkuilen van beide disciplines waarmee ze elkaar kunnen helpen. “Makers focussen zich te veel op technologie. Kunst wordt vaak als heilig gezien. Die werelden kunnen elkaar ontmoeten en versterken.”

Een ander is benieuwd hoe je op een school met makersonderwijs kunt starten. Poot: “Zoek wat mogelijk is voor de leraar en waar tijd voor is. Liefst passend in de lessen. Bijvoorbeeld een circuitje van gereedschappen, zoals een lijmpistool en een zaag. Alles wat je in de kleuterschool doet, moet je eigenlijk doorzetten. Zonder doel, gewoon tijd vullen. Maar een leraar moet het wel leuk vinden.”

Kracht-van-kunst Cultuurcollege – illustraties Jelko Arts 2020 -5

Oddstream

Dan is het tijd voor een korte presentatie van Moniek Klabbers van Oddstream. Dit Nijmeegse platform voor kunst en techniek verzorgt onder meer exposities, workshops en lezingen. “Het gaat bij ons steeds om de dialoog over kunst en technologie.” Oddstream hield in 2011 voor het eerst een grote expositie. Educatie is in de loop der jaren een steeds grotere rol gaan spelen. Zo verzorgen ze cursussen bij cultureel centrum De Lindenberg en geven ze zowel binnen als buiten de school workshops voor kinderen. Er wordt gewerkt met een docententeam, een divers geheel waarbij ieder een andere achtergrond heeft.
Naast eigen docenten werken ze ook met kunstenaars van buitenaf, zoals Jeroen van Loon. Met hem hebben ze een les ontwikkeld om sociale online netwerken te visualiseren. Daarbij valt te denken aan Snapchat en Facebook. “Wat is het eigenlijk waar ik zoveel tijd mee doorbreng? Dat gaan we onderzoeken. De opdracht luidt: hoe zou jouw netwerk eruitzien? Hoe werkt het en hoe gaan gebruikers ermee om?” Oddstream is momenteel vooral actief op scholen in Nijmegen en Arnhem, maar wil ook graag wat betekenen voor het onderwijs buiten deze steden.
Kracht-van-kunst Cultuurcollege – illustraties Jelko Arts 2020 -2

MakerCosmos

Het laatste onderdeel van de sessie is voor kunstenaar en maker Roos Meerman en leerkracht en maakcoach Ilse Jager. Zij zaten de afgelopen vier jaar in LAB Kunst en Techniek, een professionele leergemeenschap die in het kader van CMK vier jaar lang onderzocht hoe het cultuuronderwijs voor de lange termijn verbeterd kan worden. Een van de eindproducten van dit LAB is de website MakerCosmos. Hierop staan allerlei challenges die als inspiratie kunnen dienen. “Er zijn korte opdrachten voor één of twee lessen en lange opdrachten voor zeven of acht lessen,” vertelt Jager. Voor elke challenge is een filmpje gemaakt met een korte uitleg. Meerman: “Zo hebben we een challenge over geluid. De opdracht is om zelf geluid uit te vinden met microbit en andere materialen.”

Naast de site zijn er ook posters in de maak die weer verwijzen naar de website. Op de posters staan inspirerende uitspraken van kunstenaars en opdrachtjes om in een makermindset te komen. “Zo hebben we een poster met daarop uitleg hoe je aan bodypercussie kunt doen. Klassen kunnen elkaar uitdagen,” aldus Meerman.

De deelnemers van de sessie worden gevraagd mee te denken met de posters en de website, en tevens te laten weten wat ze vinden van de posters. In het Honigcomplex hangen de eerste drie proefexemplaren aan de muur. Iemand is van mening dat alleen een poster ophangen in de teamkamer niet werkt. “Daar moet iets aan vooraf gaan. Een sessie bijvoorbeeld, ze moeten geïnspireerd worden.” Een ander stelt een maandelijkse poster voor, zodat er steeds iets nieuws te lezen valt. Er is een idee van een instructievideo voor challenges die een leraar op ieder moment stop kunt zetten. “En het is leuk om klassen tegen elkaar te laten strijden in een challenge.”  Een voorstel voor een naam voor de posters: “Kunstkoker”.

Er wordt ook gevraagd naar quotes voor op de posters. Een van de deelnemers heeft een toepasselijke quote op papier geschreven, afkomstig van de Nederlandse internetpionier Marleen Stikker: ‘Wat je zelf niet kan openmaken, is niet van jou’.
Zo hebben niet alleen de deelnemers, maar ook de sprekers nieuwe input gekregen tijdens deze boeiende sessie over kunst en het makersonderwijs.

illustraties: Jelko Arts

Topics

Netwerken Onderwijs Scholing
Miranda Siemelink

Contact

Miranda Siemelink

Ik breng als adviseur mensen bij elkaar, stel graag vragen maar luister nog liever. Om zo samen op zoek te gaan naar paden en nieuwe wegen om te nemen in de zoektocht naar de antwoorden. Realistisch, persoonlijk en helder.

Stel een vraag