Wat we kunnen leren van de urban scene

‘Als ik het woord urban gebruik, dan bedoel ik er niet een soort overkoepelende term voor divers mee,’ zegt Simon Mamahit direct wanneer ik hem naar de term vraag. ‘Ik heb het over de letterlijke vertaling van dat woord urban: stedelijke kunst die voortkomt uit verschillende invloeden en interacties van jonge mensen. Hiphop, graffiti, poetry slam-events, dat soort dingen.’

Illustratie interview Simon Mamahit JELKO ARTS DEF 2

Het is een typische uitspraak voor Mamahit, die sinds kort onderdeel uitmaakt van het team van Cultuur Oost, en zich vooral wil gaan focussen op het samenbrengen van wat hij zelf formal en nonformal approaches van kunst en cultuur noemt. Mamahit ziet zichzelf als een soort matchmaker, iemand die met zijn ene been in de wereld van beleidsmakers en subsidies staat en met het andere been in omgevingen waar veelal jonge mensen samenkomen om samen te werken aan kunstprojecten van henzelf en elkaar. Voor hem geen ruimte voor misverstanden over de groepen waar hij over spreekt.

‘Ik kom zelf uit de hiphopcultuur, waar je heel duidelijk ziet hoe mensen die muziek maken heel zelfredzaam zijn, vooral als ze niet getekend hebben bij een platenlabel. Deze muzikanten krijgen dingen op eigen houtje voor elkaar, dat hoort gewoon bij de cultuur: als je iets wil maken, schakel je je directe netwerk in en ga je aan de slag. Geld verdienen is niet zo belangrijk.’ Die zelfredzaamheid is uit noodzaak ontstaan: hiphopartiesten en andere creatievelingen die in de urban scene werken kregen in het verleden doorgaans moeilijk toegang tot subsidie voor wat ze doen. Velen van hen denken hierdoor niet eens na over hoe ze hun werk op plekken krijgen waar ze kans hebben op hulp van grotere instanties. Daar moet volgens Mamahit en zijn collega-matchmakers in andere regio’s verandering in komen door het beeld dat cultuurmakers van kunst hebben op te frissen en tegelijkertijd jonge makers bekend te maken met de mogelijkheden die hij met diezelfde cultuurmakers probeert te creëren. Mamahit wil instituten kennis laten maken met de initiatieven en activiteiten van jonge makers van dit moment en tegelijkertijd die makers introduceren in de wereld van gesubsidieerde organisaties.

Hiphopartiesten kregen in het verleden doorgaans moeilijk toegang tot subsidie voor wat ze doen.

‘Je ziet dat cultuurinstellingen steeds meer opmerken dat er veel interessants gebeurt in de urban scenes,’ legt hij uit, ‘Ze proberen echt een handreiking te doen naar mensen die op andere manieren met bijvoorbeeld literatuur bezig zijn. Maar het kan altijd beter, er zijn nog blinde vlekken. Ik wil me vooral hardmaken voor het faciliteren van een laagdrempeligheid die met de financiële crisis enigszins verloren is gegaan waardoor er een gezonder ecosysteem van makers kan ontstaan.’ Denk aan ruimtes voor jonge makers om te experimenteren, programma’s waar ze hun talenten kunnen laten zien, het in contact brengen van jonge makers met hun rolmodellen.

‘Ik denk namelijk ook dat cultuurinstellingen een hele hoop van die do it yourself-houding uit de urban scene kunnen leren, net zo goed als dat andersom kan.’ Mamahit hoopt een verschil te kunnen maken omdat hij, zoals hij dit zelf noemt, “beide talen spreekt”. Sommige jonge makers lopen bij de interactie met grotere instanties tegen een muur aan, en het enige wat ze volgens Mamahit nodig hebben is een katalysator voor het nemen van een volgende, serieuzere stap richting een kunstenaarschap waarvoor ze bijvoorbeeld werkruimtes of podia krijgen om zichzelf te ontwikkelen. Door zijn ervaring in het lesgeven op middelbare scholen, heeft Mamahit goed zicht op het behapbaar maken van grote systemen en die aan de man brengen bij jonge mensen.

Illustraties interview Simon Mamahit – Jelko Arts DEF

‘Ik leerde door les te geven aan scholieren dat je de vertaalslag moet maken tussen grote systemen en de invloed die die systemen hebben op een individu. Ik heb er mijn masterscriptie over geschreven. Wat ik bij Cultuur Oost wil doen werkt eigenlijk hetzelfde. Je moet klein beginnen, een programma opzetten en kijken hoe het loopt, of het werkt, maar ik denk dat er veel goeie dingen kunnen worden gedaan voor en met de urban scene,’ zegt hij, ‘en uiteindelijk heeft iedereen er alleen maar profijt van als er met elkaar wordt gepraat. Organisaties kunnen hun netwerk verbreden en hun kennis vergroten over het huidige en toekomstige culturele veld. Makers hebben dan weer de mogelijkheid op hoger niveau toffe dingen te maken en de kans hun eigen scenes naar een hoger plan te tillen. Uiteindelijk is het, net zoals bij het lesgeven aan scholieren, altijd de bedoeling mensen vanuit zijn hun eigen kracht hun verwachtingen te doen overstijgen.’

Mamahit hoopt dan ook vooral dat hij een verschil kan maken door als een soort tolk voor beide partijen te fungeren. ‘Ik denk dat we het kader waarbinnen we denken over wat subsidiewaardig is nog wel een stukje kunnen oprekken. En niet omdat ik onrealistisch ben, maar omdat ik denk dat er veel mooie dingen worden gemaakt door mensen die nu geen toegang hebben tot subsidies of platforms, maar wel de potentie hebben uit te groeien tot nog interessantere makers dan ze nu zijn.’ Op de vraag hoe hij dit voor zich ziet lacht hij. ‘Door allemaal met elkaar in gesprek te blijven gaan,’ zegt hij, ‘En het gewoon doen.’

Tekst: Simone Atangana Bekono
Illustraties: Jelko Arts

 

Simon Mamahit

Door

Simon Mamahit

Ik heb me altijd verdiept in hoe scenes als die van Urban-Arts werken. Zelfredzaamheid, ondernemerschap en drive zijn doorgaans hoog.

Stel een vraag